Sluit deze pagina niet. De melding verdwijnt zodra de pagina klaar is met laden.
Kroonmoeren voor geborgde boutverbindingen en asverbindingen
Bij een verbinding met een kroonmoer zijn de instelling van de moer en de borgpositie met elkaar verbonden. De sleuven moeten aansluiten op de dwarsboring in de bout of as, terwijl de voorgeschreven klemming, speling of voorspanning behouden blijft. Daardoor hebben de moerhoogte en draadspoed direct invloed op de bruikbaarheid van een vervangende uitvoering.
Fabory levert gewone en lage kroonmoeren in staal en roestvast staal. Het metrische assortiment loopt van M4 tot en met M80 en omvat gewone en fijne schroefdraad. Daarnaast zijn blank stalen UNF kroonmoeren beschikbaar in 1/4, 3/8 en 7/8 inch. De beschikbare materialen, afwerkingen en maten verschillen per uitvoering.
Borging tegen verdraaien is geen garantie voor klemkracht
Een splitpen door de kroonmoer en de dwarsboring begrenst het verdraaien van de moer. Die mechanische borging voorkomt echter niet dat klemkracht afneemt door bijvoorbeeld zetting van de contactvlakken. Een geborgde moer kan dus op haar plaats blijven terwijl de spanning in de verbinding verandert.
Maak bij de selectie onderscheid tussen het vasthouden van de moerpositie en het behouden van de benodigde voorspanning. Bij een verbinding die een bepaalde lagerspeling moet toelaten, is juist de ingestelde positie bepalend. De splitpen borgt die positie, maar bepaalt de juiste instelling niet.
Een lage kroonmoer verandert meer dan de inbouwhoogte
Een lage kroonmoer biedt ruimte wanneer de beschikbare lengte op een bout of as beperkt is. Tegelijkertijd verandert de geometrie van de moer, waaronder de beschikbare dragende schroefdraadlengte. Beoordeel een lage uitvoering daarom niet uitsluitend als een compactere vervanging van een gewone kroonmoer.
Ook de mechanische aanduiding verdient aandacht. In het assortiment komen verschillende klassen voor. Een aanduiding met een voorloopnul, zoals 04, duidt op verlaagde belastbaarheid en is niet gelijk aan klasse 4 van een gewone moer. De borging met een splitpen compenseert die lagere belastbaarheid niet.
DIN 937 en DIN 979 bij vervanging onderscheiden
Fabory onderscheidt lage kroonmoeren van het oude type volgens DIN 937 en lage kroonmoeren volgens DIN 979. De overeenkomstige omschrijving betekent niet dat beide uitvoeringen zonder vergelijking uitwisselbaar zijn. Zo vermeldt de gecontroleerde stalen DIN 937 uitvoering de klasse 17H, terwijl de DIN 979 uitvoering een andere klasseaanduiding heeft.
De hoogte van de sleuven afstemmen op de dwarsboring
De afstand tussen het draagvlak van de moer en de sleuven bepaalt waar de splitpen ten opzichte van de dwarsboring uitkomt. Bij vervanging door een andere bouwvorm kan de draad wel passen, terwijl de borgpositie niet meer aansluit.
Vergelijk daarom de producttekening met de volledige verbinding, inclusief eventuele ringen en de positie van het draagvlak. Een wijziging in deze opbouw verschuift de moer ten opzichte van de boring. Bij een bestaande asverbinding is de boringpositie daarmee een vast uitgangspunt voor de moerkeuze.
Fijne schroefdraad geeft een kleinere axiale verplaatsing
De draadspoed bepaalt hoeveel een moer per omwenteling axiaal verplaatst. Bij dezelfde verdraaiingshoek geeft een kleinere spoed een kleinere axiale verplaatsing. Dat is relevant wanneer de moer naar een volgende borgpositie draait en de verbinding slechts een beperkte wijziging van de instelling toelaat.
Bij een verdraaiing van 60° bedraagt de theoretische axiale verplaatsing bijvoorbeeld een zesde van de spoed. Een spoed van 1,5 mm geeft dan 0,25 mm verplaatsing; een spoed van 3 mm geeft 0,50 mm. Dit is een geometrische vergelijking, geen toegestane montagecorrectie. De voorgeschreven instelling blijft leidend.
Metrische fijne draad volledig specificeren
Fabory biedt onder meer lage kroonmoeren met metrische fijne schroefdraad. Vermeld bij deze uitvoeringen de diameter én spoed. Alleen de diameter overnemen van een bestaande as is onvoldoende om de vervangende moer vast te leggen.
De fijnere afstelling is bovendien alleen beschikbaar wanneer de bout of as dezelfde schroefdraad heeft. Een fijne kroonmoer is geen manier om een bestaande verbinding met een andere spoed achteraf nauwkeuriger af te stellen.
UNF kroonmoeren voor inchschroefdraad
De UNF kroonmoeren zijn uitgevoerd in blank staal, klasse 6, met de productaanduiding BS ≈1768. Fabory levert deze uitvoering in 1/4, 3/8 en 7/8 inch.
UNF en metrische fijne schroefdraad behoren tot verschillende schroefdraadsystemen. Een nabijgelegen diameter maakt ze niet uitwisselbaar. Neem bij vervanging de volledige draadaanduiding over en behoud het benaderingsteken in BS ≈1768; de vermelding geeft geen volledige normovereenkomst aan.
Materiaalkeuze naast mechanische eigenschappen beoordelen
Bij de metrische kroonmoeren bevat het assortiment stalen en roestvaststalen uitvoeringen, waaronder RVS A2 en A4. Stalen producten zijn onder meer blank of elektrolytisch verzinkt beschikbaar. Deze keuzes staan naast de bouwvorm en de mechanische klasse.
Een overstap van verzinkt staal naar RVS is daarom niet uitsluitend een wijziging van corrosiebescherming. Controleer of de mechanische eigenschappen van de gekozen uitvoering bij de belasting passen. Neem de klasseaanduiding van het afzonderlijke artikel over, leid deze niet af uit alleen het materiaal of de normvermelding.
Splitpen en kroonmoer als borgcombinatie beoordelen
De splitpen moet passen bij zowel de dwarsboring als de sleuven. De draadmaat van de kroonmoer is daarvoor geen zelfstandige maatstaf. Diameter en lengte van de pen horen bij de borgcombinatie, net als de beschikbare ruimte rond de moer.
Fabory vermeldt bij de gecontroleerde DIN 979 uitvoering dat opgegeven splitpenmaten richtwaarden zijn. Gebruik bij vervanging daarom de werkelijke productafmetingen en de constructietekening als uitgangspunt.
Bekijk de kroonmoeren
Vergelijk de kroonmoeren van Fabory op bouwvorm, draadspoed en mechanische eigenschappen. Stem de moerhoogte en sleuven af op de bestaande boringpositie en de voorgeschreven instelling van de verbinding.
Veelgestelde vragen over kroonmoeren
Behoudt een kroonmoer met splitpen automatisch de voorspanning?
Nee. De splitpen begrenst verdraaiing, maar voorkomt geen spanningsverlies door zetting of vervorming van de verbinding. Beoordeel de borgfunctie daarom afzonderlijk van het behoud van klemkracht.
Wanneer is een lage kroonmoer technisch geen geschikte vervanging?
Wanneer de belastbaarheid onvoldoende is of de sleuven niet aansluiten op de dwarsboring bij de vereiste montagepositie. Minder inbouwhoogte is alleen bruikbaar als ook deze voorwaarden kloppen. Dezelfde draadmaat bewijst geen gelijkwaardigheid.
Welke invloed heeft de draadspoed op het uitlijnen van de borgpositie?
Bij dezelfde verdraaiing veroorzaakt een kleinere spoed minder axiale verplaatsing. Dat verkleint de geometrische stap tussen opeenvolgende borgposities. Of die stap binnen de toegestane instelling valt, hangt af van het ontwerp en montagevoorschrift.
Kan ik DIN 937 door DIN 979 vervangen als de draadmaat overeenkomt?
Niet zonder vergelijking van de bouwvorm en mechanische eigenschappen. Controleer de totale hoogte, sleufgeometrie, sleutelwijdte en klasseaanduiding van beide artikelen. Bij een bestaande verbinding moet de vervangende moer bovendien op de juiste hoogte tegenover de dwarsboring uitkomen.
Mag ik de moer terugdraaien totdat de splitpen past?
Daarvoor bestaat geen algemene regel. Terugdraaien verandert de klemming of ingestelde speling. Bij een lagerconstructie kan een specifieke terugstelprocedure zijn voorgeschreven, terwijl diezelfde handeling bij een geklemde verbinding ongewenst is. Volg het voorschrift voor de betreffende constructie.